bloom: Céline Verwilligen

Céline Verwilligen is ‘not your usual ICT girl’. Na ondertussen 2,5 jaar als DevOps bij FlowFactor kan ze haar sociale en behulpzame talenten helemaal kwijt in haar werk. Haar liefde voor breien, tekenen, vrienden en uitgaan doorbreken alle stereotypes van de IT’er. Lees haar verhaal hieronder! ⬇️

Nog maar 26 jaar en Céline Verwilligen zit al voor ons met een inspirerend verhaal van assertiviteit, passie en een rust die voortkomt uit haar down-to-earth mentaliteit. Met haar zelfgebreide hoedje en een brede lach van oor tot oor vertelt ze ons hoe haar pad zich heeft uitgestippeld. 🧶

Dankjewel meneer Heremans

Weet je nog waar je liefde voor tech is begonnen en hoe die is gegroeid?

‘Eigenlijk was ik al van kinds af in computers geïnteresseerd. Ik weet dat wij superlaat een computer hadden, al mijn vriendinnen hadden er al één thuis en wij nog niet. Toen had mijn papa een computer nodig voor de boekhouding die hij dan tweedehands kocht om er niet teveel geld aan uit te geven. Wij mochten tijdens het weekend er spelletjes op spelen en zo is dat gegroeid. Maar hét moment dat ik heb beslist dat IT mijn ding was, kwam tijdens één uurtje workshop in het vierde middelbaar. Dat hebben ze toen ingevoerd omdat er te weinig instroom was op school in de richting informatica, en maar goed ook. Veel studenten die naar die richting gingen waren eerder gamers die daarna ook zelf games wilden ontwikkelen. Maar ik had helemaal niets met het soort spelletjes dat zij speelden, dus daarop gebaseerd had ik nooit voor informatica gekozen! Dat was het initiatief van meneer Heremans, die zelf informaticales gaf. Ik denk niet dat hij zelf weet dat hij zo’n impact heeft gehad op mij, al heb ik nog wel contact met hem. Misschien is dit interview ineens dé manier om hem te bedanken. Een nieuwe wereld ging voor mij open: eigenlijk was het gewoon logisch nadenken, en daar ben ik dus goed in! Wiskunde was altijd wel een van mijn betere vakken, nu ook niet bovengemiddeld of zo, maar het ging me wel af. Dus wilde ik het wagen om in het 5de en 6de middelbaar naar informatica te gaan.’


“Hét moment dat ik heb beslist dat IT mijn ding was, kwam tijdens één uurtje workshop in het vierde middelbaar.”


Je hebt in je hogere studies voor Toegepaste ICT bij KDG gekozen in de afstudeerrichting Systeem & Netwerkbeheer. Vanwaar die keuze?


‘Dat was een logische volgende stap. In het middelbaar is mijn interesse begonnen om te snappen hoe computers juist werken, en dan ook de elektronica en systemen erachter. Die nieuwsgierigheid evolueerde naar serversystemen en datacenters, ik vond dat kei-interessant. Daarnaast ben ik iemand die graag afwisseling heeft en die met het grotere plaatje wil werken. Ik ben wel visueel ingesteld, maar niet om websites of applicaties te bouwen. Mij specialiseren in een taal zoals Java of .NET zag ik ook niet zitten omdat ik vooral met systemen wilde werken, de netwerken achterliggend begrijpen. Linux based operating systems lagen mij super.’



Er zijn al relatief weinig meisjes in toegepaste ICT, maar in de afstudeerrichting Netwerk & Systeem eigenlijk nog het minste. Hoe denk jij daarover?

‘Klopt, ik was het enige meisje in die afstudeerrichting. Ook in het middelbaar trouwens, ik was één van de eerste meisjes van de school die voor de richting informatica koos. In mijn huidige job ben ik bij mijn klant ook de enige technische vrouw van de hele afdeling Shared Infrastructure. Dat is jammer want het zou veel toffer zijn met meer vrouwen. Ondertussen ben ik het wel al zo gewend dat ik er niet meer van opkijk. In mijn vrije tijd heb ik mijn vriendinnen en bij hen kan ik veel kwijt.’



Eén van de eersten, je was dus een pionier?! Dat moet toch wel heel wat kracht hebben gevergd om je op 16-jarige leeftijd niet te laten beïnvloeden door je omgeving?

‘Dat was heel moeilijk hoor. Vooral mijn ouders hadden er moeite mee. Zij gingen ervan uit dat technologie maar een ‘fase’ was en vonden het ook een studierichting voor jongens. Voor mij was het wel heel simpel omdat er niets anders was waar ik zoveel voldoening uit haalde, ik had geen alternatieven. Dat heeft dus wel een tijdje voor discussies thuis gezorgd. Uiteindelijk is dat wel goed gekomen hoor. Ik kan me best voorstellen dat als je wél nog alternatieven hebt of twijfelt, en je hoort dan zulke dingen uit je omgeving, dat het makkelijk is om ontmoedigd te raken of je te laten ompraten. Dat vind ik wel spijtig.’



Er heerst vaak een idee van datacenters als stoffige donkere kelders; niet zo’n sexy beeld. Kan je pinpointen wat je zo in datacenters aanspreekt? Is het de grootsheid?

‘Ja, vooral de computing power van hoe krachtig die machines zijn, bijvoorbeeld de rekenkracht. Het maakt niet uit of er een miljoen mensen naar die site surfen of vijf, die site blijft werken en dat vind ik juist interessant om te onderzoeken, en ook hoe je de workload schaalt. Grappig dat ik dat zo heb eigenlijk, want dat is enkel met computers zo. Het is niet dat ik bij andere dingen in mijn leven zo’n fascinatie heb voor het ontdekken van hoe iets werkt. Trouwens datacenters zien er niet zo uit hoor, plus je zit daar ook niet te werken als DevOps. Dat valt allemaal heel goed mee. (lacht)’

Mee met de stroom bij FlowFactor

“Bij FlowFactor kreeg ik de vrijheid om nog uit te zoeken in welke tools en technologie ik me wilde gaan verdiepen. Dat was, naast de supertoffe mensen, dé reden dat ik meteen heb getekend.”


Na een eerste kennismaking met FlowFactor op een stagebeurs en een onmiddellijke klik met Kilian, één van de managing partners, stond het bedrijf al snel op nummer één op het stagelijstje van Céline. Daar werd ze toen al met open armen ontvangen. Na het afstuderen was de keuze ook snel gemaakt om hier aan de slag te gaan, ondertussen 2,5 jaar geleden.


‘Toen ik afstudeerde wist ik eigenlijk al dat ik bij FlowFactor wilde werken. Ik ben wel nog even bij wat andere bedrijven gaan horen omdat DevOps zo breed kan gaan, en ik alle mogelijkheden wilde bekijken. Bij FlowFactor kreeg ik de vrijheid om nog uit te zoeken in welke tools en technologie ik me wilde gaan verdiepen. Dat was, naast de supertoffe mensen, dé reden dat ik meteen heb getekend.’



Wat is je rol nu bij FlowFactor? Hoe ziet je dag eruit? Welke technologieën gebruik je? 

Ik werk als DevOps consultant bij onze klant Argenta in het public cloud team waar we een grote migratie naar Azure regelen. Daar help ik de developers bij de security. Ik ben goed in Terraform en gebruik dat heel graag.’



Vanuit je blogberichten en de workshops die je geeft, hebben we al kunnen afleiden dat Terraform één van je grootste expertisedomeinen is. Is het daarom dat ze dat nu gebruiken bij Argenta?

‘(lacht) Dat is iets waar ik heel trots op ben, ik heb het daar inderdaad geïntroduceerd. Het is een ‘IaC’, infrastructure as code. Je kan heel je infrastructuur, inclusief de servers en heel de security erachter in een codeblok stoppen. Daarmee kan je heel je omgeving zo snel mogelijk terug opspinnen. De kans dat je iets kapot maakt door aanpassingen door te voeren is heel klein, en moest er tóch iets gebeuren, kunnen we er altijd voor zorgen dat binnen de vijf  minuten alles terug staat.’



Wat is het verschil met andere DevOps tools?

‘Het grootste voordeel, vind ik persoonlijk, is de kleine leercurve voor developers. Het is een heel gebruiksvriendelijke taal en in grotere teams is usability toch echt heel belangrijk. Daarnaast kan je het gebruiken voor elk type cloudsysteem. Je hebt een config voor Azure, AWS, Google Cloud, … je kan zelfs je on prem omgeving in Terraform stoppen. Ikzelf werk vooral met Azure. Daarin bestaan  alternatieven zoals ARM-templates, maar die zijn eigenlijk minder gebruiksvriendelijk.’

DevOps, niet wat we denken

Als DevOps is het je verantwoordelijkheid de brug te slaan tussen de code, de applicatie die de developers maken en de infrastructuur, vaak dus de cloudservers. Het deployen van nieuwe releases, updaten van webapps, … Maar wat houdt dat concreet in?

Hoe ziet jouw dag eruit?

‘Een misvatting is dat het gewoon installeren is van software. “Klik, klik, klik” en klaar, terwijl de meerderheid van mijn tijd gaat naar het menselijke aspect. Het is eigenlijk een heel sociaal beroep waarvoor je heel de tijd mensen moet samenbrengen, afstemmen en echt in team werken. Ik geef workshops aan de verschillende teams, schrijf mee pipelines en bekijk bij de verschillende groepen waar ze bepaalde zaken nodig hebben om dus een werkende app in de cloud te krijgen. 

Het proces begint vaak met een presentatie die ik samen met een solution architect geef om de mogelijkheden in kaart te brengen. Dan kondig ik aan dat ze twee dagen moeten vrijhouden voor de komende sprint, zodat we die dagen hands-on kunnen werken en samen programmeren. Ik merk ook dat de developers dat keiplezant vinden. Onlangs had ik bijvoorbeeld een Azure workshop gegeven, en het team is er zo snel mee aan de slag gegaan dat ze mij niet veel later terugbelden om helemaal uit te leggen hoe goed het is gegaan. Daar krijg ik echt kippenvel van; ik vind het zo leuk om mensen nieuwe technologieën aan te leren!’



“Het is eigenlijk een heel sociaal beroep waarvoor je heel de tijd mensen moet samenbrengen, afstemmen en echt in team werken.”


Was het voor jou een verrassing dat het zo’n sociaal beroep is?

‘Een beetje wel! Tijdens mijn studies op KDG was het ook al wel duidelijk hoor. We moesten veel samenwerken en de meeste opdrachten bestonden uit groepswerk. Maar in de échte wereld is dat natuurlijk veel leuker. Anderen kunnen verderhelpen en de dankbaarheid die je daarvoor krijgt zijn mijn drijfveren.’



Zijn er ook uitdagingen die je bent tegengekomen in je carrière? Hoe ben je daarmee omgegaan?

‘Bij een van mijn vorige klanten heb ik een minder goede ervaring gehad. Wellicht kan je zelf van seksisme spreken. Bij elke stand-up kreeg ik wel een opmerking en na verloop van tijd werd ik zo hard gemicromanaged dat ik er helemaal onderdoor zat. Ik ben van nature heel perfectionistisch en wil alles goed doen, maar met zo’n persoon in je team betekende dat voor mij soms van ‘s ochtends zeven uur tot ‘s nachts in de vroege uurtjes toch nog maar zaken proberen juist te zetten. Op een bepaald moment liep de emmer over en ben ik dat aan mijn leidinggevenden bij FlowFactor gaan vertellen. Dat was een moeilijke stap voor mij, eigenlijk toegeven dat ik het zelf niet kon oplossen. Maar ik ben superblij dat ik dat heb gedaan. Ik heb er nog twee dagen gewerkt en dan hebben ze mij daar weggehaald. Ik ben dan heel goed opgevangen, ik heb drie maanden intern gewerkt en heb zelfs coaching gekregen wat me echt heeft geholpen. Nadien zijn ze bij FlowFactor ook erg selectief geweest bij de klanten waar ik werd geplaatst, mijn welzijn stond voorop. Achteraf vroeg ik eens aan mijn vervanger bij die klant wat zijn ervaring was. Hij vond die persoon een toffe collega, superaangenaam en hij liet hem heel veel vrijheid … Het was dus echt bij mij alleen. Ik heb geleerd om dat ook niet meer persoonlijk te nemen.’

Not your usual ICT-girl

Op je Instagram lazen we in je bio ‘Not your usual ICT-girl’. Wat bedoel je daar juist mee?

‘Dat is een uitspraak die al begon op te komen tijdens mijn studies. Als mensen denken aan ICT, zagen ze mij er niet echt in. Ik heb een uitgesproken kledingstijl, ik ben heel sociaal, ik ga graag uit. Ik zit niet achter mijn computer in mijn vrije tijd. Als mensen horen dat ik in DevOps werk, zijn ze heel verbaasd.’


“Als mensen denken aan ICT, zagen ze mij er niet echt in. Ik heb een uitgesproken kledingstijl, ik ben heel sociaal, ga graag uit. Als mensen horen dat ik in DevOps werk, zijn ze heel verbaasd.”


Wat wilde je als kind worden?

‘Ik wilde kunstenares worden. Kunst sprak me altijd aan. Nu nog steeds trouwens. Als hobby teken ik aan de kunstacademie. Dat zijn meestal naaktmodellen of portretten. Het is vooral het bezig zijn met mijn handen, dat een goede tegenbalans geeft voor mijn werk. Ik laat mijn gsm ook thuis achter. Digitaal tekenen kan ook heel knap zijn, maar dan zit ik weer achter de computer. Ik haak en brei ook veel. Vooral sjaals en hoedjes! Ook iets wat mensen niet direct met IT’ers verbinden (lacht).

Daarnaast hecht ik ook veel belang aan mijn sociale leven. Ik heb een leuke groep vriendinnen en we gaan graag samen uit, bijna elke vrijdag!’



Je hebt zelf rond je 14-15 jaar je passie voor IT gevonden. Welke tip zou je meisjes van 14 willen geven in relatie tot tech?

‘Dat ze echt moeten kiezen wat ze graag doen en ze zich niet moeten laten ontmoedigen door hokjesdenken. Ook dat DevOps echt een sociale en een zorgzame job is. Je zit niet voortdurend achter je computer en je helpt mensen. ‘

Dankjewel om de tijd te nemen om het verhaal te lezen. Vind je het leuk? Dan worden we er helemaal blij van als je het deelt met je eigen netwerk, vrienden en familie. #BreakTheBias


Wil je meer weten over Céline? Connecteer met haar op LinkedIn!

 

Ontmoet meer inspirerende dames op één van onze events!

Previous
Previous

bloom: Jolien De Clercq

Next
Next

bloom: Inge Neels